Een korte geschiedenis van Overschie

Aangenomen wordt dat de eerste bewoners zich hier rond 930 hebben gevestigd

 Het ontstaan...

Omstreeks het jaar 993 spreken bronnen al over een kapel te Schie. Na de stichting van NieuwerSchie - het tegenwoordige Schiedam - werd Schie Ouderschie, dat verbasterd werd tot Overschie.

Overschie was aanvankelijk een nederzetting in een groot moerasgebied. Het dorp is ontstaan en heeft zich ontwikkeld rond een viertal waterlopen. Deze vier afzonderlijke “Schieën” waren het gevolg van rivaliteit tussen de steden Delft (met Delfshaven), Rotterdam en Schiedam omtrent tolrechten. 

Voor 1795 was Overschie een ambacht, tussen 1795 en 1812 la Commune d'Overschie en tussen 1812 en 1941 de zelfstandige gemeente Overschie.

In 1811 werd het ambacht Schiebroek met dat van “Overschie en Hogenban” verenigd tot één gemeente. In 1817 ontstaan de gemeenten Overschie en Schiebroek. In 1941 werd Overschie geannexeerd door Rotterdam.

Tot aan 1700 was turfwinning de belangrijkste bron van inkomsten, maar het uitgraven van de veenpolders verarmde het land. De waterschappen namen in hun keuren daarom een compensatieplicht op om land voor landbouw en veeteelt geschikt te maken, zo ontstonden turf-weidebedrijven.

In de 17e en 18e eeuw werd het boerenbedrijf het belangrijkste middel ven bestaan, de scheepswerven kwamen op de tweede plaats. Opvallend is dat het dorp in 1795 twintig smederijen telde en in 1815 zelfs 26. In die tijd was de smederij een huisindustrie, met als afnemers voornamelijk de scheepswerven. Ten behoeve van de passagiers van de trekschuiten, van en naar Rotterdam, Delft, Delfshaven en Schiedam kende Overschie ook veel herbergen.

Rond 1900 verhuisde een aantal bedrijven uit de overvolle Rotterdamse binnenstad naar de terreinen langs de Delfhavense Schie. Ook de aanleg van het Schie-Schiekanaal was een stimulans voor bedrijven om zich in dit gebied te vestigen. De industrie in Delft kreeg zuidelijke uitlopers, richting Overschie. In de periode 1920-1925 werd in de Schieveense polder ten noorden van het oude dorp, een forensenwijk gebouwd met gemeentewoningen, ten zuiden werd grond voor particuliere villabouw uitgegeven.

Overschie groeide na de oorlog tot zo’n 30.000 inwoners, maar rond de eeuwwisseling was dat weer gehalveerd.