Een korte geschiedenis van Schiebroek

Pas na de Tweede Wereldoorlog een herkenbare gemeenschap

 Het ontstaan...

Buitenplaats-Torenzicht-Schiebroek
(Bron: Stadsarchief Rotterdam)

In het gebied Schiebroek woonden al in de vroege middeleeuwen een kleine boerenbevolking. Het gebied kwam later grotendeels onder water te staan en werd weer drooggemalen. In 1817 werd Schiebroek een kleine zelfstandige gemeente.  In 1865 telde Schiebroek 335 inwoners, voornamelijk boerenfamilies.

Eind 1920 woonden in Schiebroek nog steeds niet veel mensen: 772. De ontwikkeling van Schiebroek begint na 1920. Halverwege de jaren '30 krijgt de "Tuinstad Schiebroek" enigszins vorm.

In 1941 verloor Schiebroek, een gemeente met inmiddels meer dan 8.000 inwoners, zijn zelfstandigheid: het werd bij Rotterdam gevoegd.

Tot de jaren ’30 was Schiebroek geen gemeenschap rond een duidelijke kern. Verspreid in het gebied woonden mensen van de landbouw en veeteelt. Mensen ‘van buiten’ kwamen naar Schiebroek vanaf de jaren ’30 toen woningbouw werd gerealiseerd rond de Adrianalaan. De belangstelling was echter niet zo groot. Zo ontwikkelde Schiebroek zich langzaam tot een forensenplaatsje van Rotterdam.

Na de oorlog werden Hillegersberg en Schiebroek samengevoegd tot één gebied: "Hillegersberg-Schiebroek". Rond de Peppelweg en het Rodondendronplein kwam na de oorlog nieuwbouw, inclusief een winkelgebied. Toen pas kreeg Schiebroek een centrum Schiebroek kreeg goede openbaar vervoervoorzieningen met een vrijliggende trambaan en met metrostations. Thans is het een zeer gewilde woongemeenschap met ruim 17.000 inwoners.